Het optimaal benutten van de beschikbare ruimte in een camper is een van de grootste uitdagingen bij de bouw ervan, vooral in kleinere busjes waar elke centimeter bruikbare ruimte telt. Waarbij een van de meest effectieve manieren om extra leefruimte te creëren, is door de bestuurderstoel en de voorste passagierszitplaatsen bij de indeling van het interieur te betrekken. In plaats van deze dan in vaste positie vooruit te laten staan en ze alleen tijdens het rijden bruikbaar zijn, kunnen deze stoelen bij stilstand deel uitmaken van het woongedeelte door ze draaibaar te maken; hierdoor voelt de camper direct ruimer en praktischer aan.
Om dit mogelijk te maken, worden draaiplateaus gebruikt. Deze worden meestal tussen de stoel en de stoelconsole gemonteerd, waardoor de voorste zitplaatsen naar het interieur van de camper kunnen draaien. Zo kunnen ze naar een tafel of zithoek gericht worden en daadwerkelijk deel gaan uitmaken van de leefruimte.
Wanneer er weer gereden moet worden, kunnen ze weer eenvoudig in de oorspronkelijke positie worden teruggedraaid. En hoewel dit klinkt als een eenvoudige aanpassing, zijn er diverse praktische, technische en regelgeving-gerelateerde aspecten om rekening mee te houden.
Inhoud:
Toch geen draaiplateaus en cabine isolatie
Sommige bouwers kiezen er bewust voor om de voorste zitplaatsen niet bij de leefruimte te betrekken. Een belangrijke reden hiervoor is vaak isolatie. Omdat de cabine vaak minder goed geïsoleerd kan worden dan de rest van de camper. Dit komt vooral door de grote ramen, die doorgaans ook enkel glas hebben, en de deuren, die lastiger goed te isoleren zijn. Hierdoor kan de cabine een zwakke plek vormen wat betreft warmtebehoud, vooral bij echt koud weer.
Dit probleem is echter wel vaak te beperken. Goed geïsoleerde raamafdekking of dikke thermische gordijnen kunnen het warmteverlies namelijk aanzienlijk verminderen. Zo vinden veel mensen doorgaans ook dat de voordelen van extra ruimte opwegen tegen de nadelen van iets minder isolatie, vooral omdat de meeste campergebruikers niet in extreme winterse omstandigheden reizen.
Bovendien zijn er ook andere redenen waarom de voorstoelen mogelijk niet bij het interieur worden betrokken. Aangezien bij sommige voertuigen, zoals vrachtwagens, is de cabine fysiek gescheiden van de leefruimte, waardoor integratie bijna onmogelijk is. Eveneens kan het budget een rol spelen, aangezien draaiplateaus relatief prijzig kunnen zijn. Daarnaast kunnen keuzes in de indeling de beslissing beïnvloeden; zoals het behouden van een voorbank om over drie zitplaatsen tijdens het rijden te beschikken, kan een draaifunctie bijvoorbeeld onpraktisch of onmogelijk maken. In die gevallen is het simpelweg dan ook een kwestie van afwegen: kiest men voor meer zitplaatsen of voor meer flexibiliteit in het interieur?
Draaiplateaus voor de voorstoelen
De meeste draaiplateaus op de markt zijn specifiek ontworpen voor de bestuurders- en passagiersstoelen alsook gemaakt voor specifieke voertuigmodellen. Omdat doorgaans de meeste bestelwagens nu eenmaal net weer andere bevestigingspunten en stoelconstructies kan hebben, zijn deze draaiplateaus, hoewel ze op elkaar kunnen lijken, vaak niet onderling uitwisselbaar.
Naast de pasvorm is de veranderde zithouding een belangrijk aspect om rekening mee te houden. Want de montage van een draaiplateau zorgt namelijk voor extra zithoogte, wat doorgaans om enkele centimeters gaat. En hoewel dat misschien weinig lijkt, kan het een merkbare invloed hebben op het zitcomfort, de hoofdruimte en de algehele rijpositie. Vooral voor langere als korte bestuurders kan dit een cruciale factor zijn.

Daarnaast speelt het gewicht een rol: omdat de draaiplateaus van massief metaal zijn gemaakt, kunnen deze behoorlijk wat wegen. Dit verhoogt het totale gewicht van het voertuig dus, wat direct gevolgen kan hebben voor het resterende laadvermogen en in sommige gevallen zelfs voor een hogere wegenbelasting tarief.
Ook de bestaande stoelconstructie kan voor uitdagingen zorgen. Omdat bij voertuigen die zijn uitgerust met een geveerde stoelconsole, zijn draaiplateaus vaak minder goed tot niet beschikbaar aangezien er specifieke draaiplateaus voor nodig zijn. In zo’n situatie moet de geveerde stoelconsole mogelijk worden vervangen door een vaste variant. Hoewel hiermee een draaiplateau kan worden geplaatst, gaat dit wel ten koste van het rijcomfort tijdens de reis. Dit is dan ook een belangrijke afweging die al in een vroeg stadium van de ombouw moet worden gemaakt.

Een ander praktisch knelpunt is de bereikbaarheid van de onderdelen onder de stoel. In veel bestelwagens bevinden de startaccu of andere cruciale elektrische componenten zich namelijk in of onder de stoelconsole. Waarbij hier zonder draaiplateau nog gemakkelijk bij kan door de stoel simpelweg naar voren of naar achteren te schuiven, dekt een gemonteerde draaiplateau de bovenkant van de console vaak volledig af. Hierdoor wordt de toegang een stuk lastiger. Hoewel sommige consoles zijn voorzien van uitneembare afdekplaatjes aan de zijkant om in de stoelconsole te komen, kan de realiteit alsnog zijn dat de complete stoel inclusief het draaimechanisme moet worden verwijderd om bij de onderliggende onderdelen te kunnen komen.
Wordt er nog gekeken naar de werking, dan is er nog een opvallend verschil. Want zo zijn er asymmetrische draaiplateaus verkrijgbaar. Deze zijn zo gemaakt dat de stoel tijdens het draaien iets van de autodeur en de B-stijl af beweegt. Dit creëert daarbij extra ruimte en zorgt ervoor dat de stoel soepel kan worden omgedraaid zonder snel tegen de omliggende delen aan te stoten. Wordt er daarentegen voor een symmetrisch draaiplateau gekozen, dan moet de stoel tijdens het draaien doorgaans vaak handmatig naar voren of naar achteren worden geschoven om dergelijke botsingen te voorkomen.
Specifiek bij het draaien van de bestuurdersstoel kan bovendien de handrem letterlijk in de weg zitten. Dit is vooral wanneer de handrem is aangetrokken en meer rechtop staat. Hoewel de handrem omlaag brengen dan kan helpen, is dat in de praktijk niet altijd een veilige of praktische optie. Gelukkig zijn er speciale handremverlagers verkrijgbaar om de handrem permanent te verlagen of handremverdraaiers die de handrem naar de zijkant neerklappen, zodat de stoel alsnog ongehinderd kan draaien.
Bovendien, omdat er veel verschillende fabrikanten op de markt actief zijn, heeft elk draaiplateau zijn eigen specifieke kenmerken. Waarbij de onderlinge verschillen met name in de hoogte, het totale gewicht, het type draaimechanisme en de algehele bouwkwaliteit zitten. Welke keuze daarbij de juiste is, hangt dus volledig af van het specifieke voertuig, de gewenste indeling van het interieur en de eigen wensen. Een groot voordeel is uiteindelijk wel dat de voorstoelen, eenmaal gedraaid, mogen meetellen als officiële zitplaatsen in het camperinterieur. Afhankelijk van het aantal inzittenden betekent dit verder dat er mogelijk helemaal geen extra zitplaatsen meer ingebouwd hoeven te worden.

Draaiplateaus voor passagiers zitbanken
Draaibare oplossingen zijn niet beperkt tot enkele de stoelen. Er zijn namelijk ook draaiplateaus verkrijgbaar voor passagiersbanken met dubbele zitplaatsen, al komen deze minder vaak voor en zijn ze een stuk lastiger te vinden. Toch kunnen ze een enorme uitkomst bieden bij specifieke interieurindelingen, bijvoorbeeld wanneer er tijdens het rijden absoluut drie zitplaatsen voorin moeten blijven, maar de bank bij stilstand wel gezellig bij het leefgedeelte kan worden betrokken en dus ook meetellen als camperinterieur zitplaatsen.
Het draaien van zo’n tweezitsbank is echter wel een stuk complexer dan het omdraaien van een enkele stoel. Vanwege de flinke breedte van de bank is er simpelweg niet alleen veel meer fysieke ruimte nodig om de draaibeweging te kunnen maken, waardoor eveneens de bestuurdersstoel minder draairuimte krijgt, maar ook is de vergrendeling doorgaans complexer. Want in de plaats van één simpele hendel moeten er dikwijls meerdere vergrendelingspunten handmatig worden losgemaakt, wat de handeling er niet bepaald eenvoudiger op maakt. Soms voelt het daardoor bijna makkelijker om de complete bank zonder een draaiplateau telkens handmatig los te halen en na het omdraaien weer vast te maken, alleen is dat natuurlijk ook niet ideaal vanwege het zware gewicht als dat de bevestigingspunten verkeerd kunnen uitkomen.
Bovendien verschilt de positie voor sommige bank draaiplateaus dat het complete draaimechanisme niet tussen de zitting en de bankconsole wordt gemonteerd, maar juist helemaal onderaan, tussen de vloer en de bankconsole in. Dit betekent dat de volledige bankconsole mee ronddraait. Waarbij het logische gevolg hiervan is dat de ruimte in de bankconsole vaak niet meer te gebruiken is om vaste componenten, zoals een standkachel, in te bouwen, aangezien deze dan immers zouden meedraaien.
Daarnaast brengt een draaiplateau voor een bank vaak een grotere toename in zithoogte met zich mee dan de draaiplateaus voor enkele stoelen. Dit is een belangrijk punt, want zo’n verhoging kan merkbare gevolgen hebben voor zowel de ergonomie als het dagelijkse gebruiksgemak.
Goedkeuring en wetgeving draaiplateaus
Omdat een draaiplateau direct onderdeel wordt van de zitplaats en het gordelsysteem, speelt veiligheid een cruciale rol. Het is dan ook logisch dat de draaiplateaus officieel goedgekeurd moeten zijn voor veilig gebruik tijdens het rijden. Daarom hebben bijna alle draaiplateaus op de markt wel een vorm van keuring ondergaan, alleen is dat vaak nog niet voldoende. In vele gevallen wordt namelijk geëist dat een draaiplateau specifiek is getest en gekeurd in exact dezelfde type voertuig en bouwjaarreeks als waarin een draaiplateau gemonteerd wordt, een testprocedure die ook wel bekendstaat als de V3-test. Voldoet het aangeleverde bewijs niet aan de eisen of is het niet herleidbaar naar het specifieke voertuig, dan kan de RDW op basis daarvan dus meestal geen goedkeuring afgeven. Want doorgaans is toch nog een draaiplateau inclusief stoelconsole en stoel getest en gekeurd op een star frame of een starre plaat, wat een V2-test wordt genoemd.
Voor deze keuringen zijn er verschillende officiële testlaboratoria die de testen kunnen uitvoeren, zoals TÜV, UTAC en ATEEL. Meer testlaboratoria voor ieder lidstaat zijn te vinden via de GROW Library van de EU, voor Nederland is het de Technical services the Netherlands motor vehicles 2018-858.pdf, waarbij de fabrikant zelf de technische dienst benadert voor het aanvragen van testen. Voor een fabrikant is het dan ook belangrijk om een van de door Europa aangewezen testlaboratoria te gebruiken om een draaiplateau volledig volgens de officiële R14-, R16- en R17-reglementen te laten testen. Anders kan de RDW de goedkeuring alsnog afwijzen als het testlaboratorium niet op de specifieke lijst van geaccepteerde keurinstanties staat.
Voor fabrikanten is het bovendien vele malen makkelijker én goedkoper om een draaiplateau te testen op een star frame (V2). Aangezien dit voor veel situaties ook voldoende is, kiezen zij hier sneller voor. Aangezien testen in een specifiek voertuig (V3) namelijk veel meer geld kost. Omdat hiervoor de complete metalen carrosserie van het voertuig nodig is om in een testopstelling te worden geplaatst. Met name bij een gloednieuw type voertuig is dat een uitdaging, simpelweg omdat er in die fase nog weinig losse carrosserieën beschikbaar zijn om op te offeren voor een test. Dit is waarom ook draaiplateau fabrikanten zo vaak terugvallen op de starre frametest.
Gelukkig zijn fabrikanten tegenwoordig wel steeds vaker bereid om hun draaiplateaus ook in specifieke voertuigen te testen. Dit betekent dus dat er steeds meer draaiplateaus verkrijgbaar zijn die goedgekeurd kunnen worden. Hoewel het enige nadeel hiervan is, is dat de aanschafprijs van zo’n draaiplateau een stuk hoger kan liggen, aangezien de fabrikant de duurdere testfases moet doorberekenen.
Een ander aspect waar rekening mee moet worden gehouden is het zogenaamde R/H-point (het heup- en zitreferentiepunt) en de gezichtsvelden. Aangezien een draaiplateau immers extra hoogte toevoegt, wat het zichtveld direct verandert. Hierdoor moet worden aangetoond dat draaiplateaus binnen de wettelijke toleranties blijven, of als ze erbuiten komen, dat deze officieel zijn getest en gekeurd hiervoor.
Een ander belangrijk dingetje is dat draaiplateaus niet worden goedgekeurd tijdens de reguliere RDW-keuring naar camper. Want dit moet namelijk apart worden afgehandeld door de VRT (Divisie Voertuig Regelgeving & Toelating), een speciale afdeling van de RDW. De kosten hiervoor liggen daarbij ook flink hoger en lopen al snel in de honderden euro’s. Waarbij de juiste papieren aan de VRT overhandigd worden ter controle, en is er ook een fysieke keuring van de draaiplateaus zelf nodig. Dit brengt dus extra handelingen met zich mee, en dat er maar heel weinig locaties zijn maakt het er niet eenvoudiger op.
Een andere manier is om de VRT-inspecteur op locatie te laten komen. Om de kosten dan te drukken, met name de voorrijkosten, kan deze worden gedeeld met andere zelfbouwers die ook draaiplateaus gekeurd willen hebben. Dit scheelt natuurlijk in de portemonnee. Nog een andere optie is om de camper direct bij de VRT ook zelf volledig naar camper te laten keuren, dit bespaart eveneens tijd.
Zo hebben onderstaande fabrikanten in elk geval al voertuig specifieke testten uitgevoerd, waardoor zij draaiplateaus moeten kunnen leveren die zo goedgekeurd moeten kunnen worden:
- Aguti
- Scopema
Verschillen in goedkeuring op basis van voertuigleeftijd en type wijziging
De goedkeuringseisen voor draaiplateaus variëren, waardoor het belangrijk is om te bepalen in welke situatie de wijziging plaatsvindt. Waarbij de datum van eerste toelating (DET) een belangrijke rol speelt, wel alleen in combinatie met het type wijziging dat wordt uitgevoerd. Aangezien de regelgeving namelijk een duidelijk onderscheid tussen drie situaties maakt. Want wanneer een voertuig wordt omgebouwd naar een andere voertuigcategorie, zoals van bedrijfsauto naar kampeerauto, dan moet het complete voertuig opnieuw beoordeeld worden (de basis hiervoor ligt in artikel 6.1, lid 2 van de Regeling voertuigen). Zo moeten eveneens de ‘zitplaatsen’ en ‘gordelverankeringen’ opnieuw beoordeeld worden en geld het volgende:
- Bij een DET tot 1-1-1998 moet een voertuig met draaiplateaus voldoen aan de permanente eisen (hoofdstuk 5 van de Regeling voertuigen). Waarbij in Artikel 5.2.46 en Artikel 5.2.47 de eisen voor zitplaatsen en gordels worden beschreven. Waaronder zitplaatsen, rugleuningen en gordels deugdelijk moeten zijn bevestigd, en de verstelinrichtingen moeten correct kunnen worden vergrendeld. Voor draaiplateaus houdt dit in dat deze deugdelijk gemonteerd moeten zijn en dat het draaimechanisme soepel werkt en stevig vergrendelt.
- Bij een DET na 31-12-1997 moet een voertuig voldoen aan de permanenten eisen en aan de individuele goedkeuringseisen. Waarbij betreft de individuele eisen schrijft het voor dat het moet voldoen aan de 76/115/EEG of VN/ECE-reglement nr. 14, dat aangeeft dat het moet zijn getest met de essentiële voertuigonderdelen voor de gordelbevestiging. In de praktijk betekent dit dat er minimaal met de originele voertuigcarrosserie getest moet worden, aangezien de veiligheidsgordel hieraan is bevestigd.
Wanneer de inrichting wordt aangepast, zoals van een personen auto naar kampeerauto (kampeerauto is een personenauto), dan moet alles dat door de wijziging geraakt word opnieuw beoordeeld worden (de basis hiervoor ligt in artikel 6.3, lid 1 van de Regeling voertuigen). Voor gemonteerde draaiplateaus geld dan het volgend:
- Bij een DET tot 1-1-1998 moet een voertuig met draaiplateaus voldoen aan de permanente eisen (hoofdstuk 5 van de Regeling voertuigen). Waarbij in Artikel 5.2.46 en Artikel 5.2.47 de eisen voor zitplaatsen en gordels worden beschreven. Waaronder zitplaatsen, rugleuningen en gordels deugdelijk moeten zijn bevestigd, en de verstelinrichtingen moeten correct kunnen worden vergrendeld. Voor draaiplateaus houdt dit in dat deze deugdelijk gemonteerd moeten zijn en dat het draaimechanisme soepel werkt en stevig vergrendelt.
- Bij een DET na 31-12-1997 moet een voertuig voldoen aan de permanenten eisen en aan de individuele goedkeuringseisen. Waarbij betreft de individuele eisen schrijft het voor dat het moet voldoen aan de 76/115/EEG of VN/ECE-reglement nr. 14, dat aangeeft dat het moet zijn getest met de essentiële voertuigonderdelen voor de gordelbevestiging. In de praktijk betekent dit dat er minimaal met de originele voertuigcarrosserie getest moet worden, aangezien de veiligheidsgordel hieraan is bevestigd.
Wordt daarentegen alleen een draaiplateau gemonteerd in een reeds geregistreerd voertuig zonder verdere wijzigingen aan de voertuigcategorie of inrichting, dan geldt het volgende (de basis hiervoor ligt in artikel 6.4, lid 1 van de Regeling voertuigen):
- Bij een DET tot en met 28-04-2009 moet een voertuig met draaiplateaus voldoen aan de permanente eisen (hoofdstuk 5 van de Regeling voertuigen). Waarbij in Artikel 5.2.46 en Artikel 5.2.47 de eisen voor zitplaatsen en gordels worden beschreven. Waaronder zitplaatsen, rugleuningen en gordels deugdelijk moeten zijn bevestigd, en de verstelinrichtingen moeten correct kunnen worden vergrendeld. Voor draaiplateaus houdt dit in dat deze deugdelijk gemonteerd moeten zijn en dat het draaimechanisme soepel werkt en stevig vergrendelt.
- Bij een DET na 28-04-2009 moet een voertuig voldoen aan de permanenten eisen en aan de individuele goedkeuringseisen. Waarbij betreft de individuele eisen schrijft het voor dat het moet voldoen aan de 76/115/EEG of VN/ECE-reglement nr. 14, dat aangeeft dat het moet zijn getest met de essentiële voertuigonderdelen voor de gordelbevestiging. In de praktijk betekent dit dat er minimaal met de originele voertuigcarrosserie getest moet worden, aangezien de veiligheidsgordel hieraan is bevestigd.
Vanaf 1994 is het daarbij wel verplicht om goedgekeurde onderdelen te gebruiken vanuit de Wegenverkeerswet artikel 32. Waarbij de fabrikant moet kunnen aantonen dat de onderdelen zijn goedgekeurd voor de toepassing waarin deze gebruikt worden.
Uiteindelijk komt het erop neer dat een keuring van het draaiplateau bij de VRT van de RDW alleen verplicht is voor voertuigen met een Datum Eerste Toelating na 31-12-1997 bij een camperkeuring. Voor oudere voertuigen is de procedure dus een stuk eenvoudiger. Hoewel een VRT-keuring in dat geval niet vereist is, blijft het voor de eigen veiligheid uiteraard belangrijk om te kiezen voor kwalitatief hoogwaardige draaiplateaus die ook minimaal een V2 keuring hebben (buiten het voertuig om zijn getest).
Montage van draaiplateaus na de keuring
Het komt ook veel voor dat draaiplateaus pas na de RDW-keuring tot camper worden geplaatst, om zo de hoge drempel van de keuringsprocedure te omzeilen. Hoewel dit een praktische oplossing lijkt, voldoet het doorgaans niet aan de officiële regels.
Aangezien voor campers met een datum van eerste toelating tot en met 28-04-2009 een aanvullende typegoedkeuring voor een achteraf ingebouwd draaiplateau niet verplicht is, is het voor voertuigen van na deze datum wel vereist.
En hoewel het achteraf plaatsen van een draaiplateau in de praktijk dus voorkomt, kan dit risico’s met zich meebrengen. Dit geldt met name voor de verzekering en de aansprakelijkheid bij een ongeval met een niet officieel geplaatst draaiplateau. Het is daarom een keuze die zorgvuldig overwogen moet worden.

Pogingen tot vereenvoudiging van de goedkeuringsprocedure
Er is contact opgenomen met zowel de RDW als de Overheid over de goedkeuringsprocedure voor draaiplateaus. Aangezien de huidige situatie als omslachtig en kostbaar wordt ervaren, wat voor veel bouwers een aanzienlijke drempel vormt. En hoewel veiligheid uiteraard belangrijk is, kan een te hoge drempel averechts werken. Want bouwers gaan dan op zoek naar manieren om het systeem te omzeilen in plaats van eraan te voldoen.
Zo begon het bij de RDW, maar de RDW verwees door naar de overheid, aangezien zij verantwoordelijk zijn voor de regelgeving. Bij contact met de overheid wordt er vervolgens weer naar de RDW verwezen, want de RDW moet aangeven wat er voor regelgeving nodig is. Zo leek dit te leiden tot een situatie waarin de verantwoordelijkheid onduidelijk is.
Vervolgens, ondanks meerdere pogingen en langdurig contact, is er nog geen concrete verbetering bereikt in de vereenvoudiging van de goedkeuringsprocedure. Een van de reacties blijft dat bedrijven de goedkeuring zelf ook kunnen regelen als ze over de juiste documentatie beschikken, of dat een VRT-inspecteur ter plaatse kan komen. Meerdere campers zouden dan tegelijk gekeurd kunnen worden, wat de kosten kan drukken.
Eveneens is aangegeven dat, wanneer draaiplateaus via de VRT worden gekeurd, de camper tegelijkertijd kan worden goedgekeurd. Hierdoor vervalt de noodzaak om achteraf apart naar de RDW te gaan voor de camperkeuring. Dit scheelt dan wat moeite en kosten, maar lost het probleem van de hoge drempel niet op.
Zodoende is er een voorstel gedaan om het proces te vereenvoudigen zonder afbreuk te doen aan de veiligheid. Het idee is dat dan de documentatie voor draaiplateaus door de VRT kan worden gecontroleerd, maar dan tegen een gereduceerd tarief, en de fysieke inspectie wordt bij de RDW-keuring naar camper gedaan. Aangezien de fysieke inspectie zelf relatief eenvoudig is, omdat het doorgaans gaat om de controle of het draaiplateau correct en stevig is gemonteerd.

Want in tegenstelling tot systemen voor extra zitplaatsen is het bij draaiplateaus doorgaans niet nodig om de onderzijde van het voertuig te inspecteren. De inspectie kan daarom vaak eenvoudig worden uitgevoerd door de deur te openen en de installatie visueel te controleren. Hierdoor zou het mogelijk zijn om de fysieke inspectie dus tijdens de camperkeuring op de reguliere RDW-locaties te laten plaatsvinden.
Zo zou in dat scenario de VRT de goedkeuring van de documentatie apart afhandelen en het resultaat doorgeven aan de RDW. Bij de keuring van de camper hoeft de RDW dan alleen te controleren of de VRT-goedkeuring aanwezig is en een visuele inspectie uitvoeren. Hierdoor is een bezoek aan een VRT-locatie of de komst van een inspecteur op locatie niet meer nodig.
Daarnaast zou deze aanpak de werklast voor de VRT kunnen verminderen. Omdat de documentatie op volgorde van binnenkomst kan worden beoordeeld, zonder gebonden te zijn aan specifieke keuringsafspraken. Terwijl de RDW de visuele controles uitvoert als onderdeel van bestaande keuringen.
Ondanks deze suggesties is nog geen vooruitgang geboekt. Het huidige systeem blijft dan ook van kracht, waardoor het verkrijgen van goedkeuring voor draaiplateaus nog steeds relatief complex en kostbaar is.
De situatie ligt daarentegen wel anders wanneer draaiplateaus worden gecombineerd met andere aanpassingen, zoals extra zitplaatsen of een hefdak, die eveneens een VRT-goedkeuring vereisen. In die gevallen kan het samenvoegen van alles tot één enkele keuring de hogere kosten begrijpelijker maken. Maar wanneer draaiplateaus de enige component zijn die goedkeuring vereist, blijven de kosten en de benodigde inspanning voor veel bouwers een aanzienlijke drempel.
Vind je het leuk en waardevol?
In de praktijk
Draaiplateaus kunnen de bruikbaarheid van een camper dus aanzienlijk vergroten, vooral bij kleinere inbouwen. Zo brengen draaiplateaus wel de technische uitdagingen en wettelijke vereisten met zich mee die dan ook niet onderschat mogen worden.
Bij de keuze voor het installeren van draaiplateaus in een camper, maak daarin dan een goede afweging tussen ruimte, comfort, kosten en wettelijke eisen. Want zo is het belangrijk om vast te stellen of goedkeuring vereist is, welk type draaiplateaus geschikt zijn en of het officiële goedkeuringstraject de moeite waard is. Daarbij is het altijd goed om hiervoor eveneens de RDW te benaderen, niet alleen als het nodig is, ook omdat regelgeving kan veranderen of er onduidelijkheden zijn.
Tevens is het raadzaam om de verzekeringsmaatschappij te raadplegen die de camper gaat verzekeren. Aangezien het kan zijn dat ze dingen accepteren die van tevoren niet gedacht waren.
Dit artikel bevat Affiliate Links. Als je via deze uitgaande links iets koopt ontvangt Sajenn daar een kleine commissie over. De prijs die jij betaalt verandert niet. Op deze manier kan de website onderhouden worden.


Geef een reactie